1973

De oliecrisis van 1973-1974 bereikt op 17 oktober 1973 zijn hoogtepunt. Alle leden van de Organisatie van Arabische Olie-exporterende Landen (OAPEC, bestaande uit de Arabische leden van de OPEC plus Egypte en Syrië) kondigen aan dat zij, vanwege de Yom Kippoer-oorlog, niet langer olie leveren aan landen die Israël steunen in zijn conflict met Syrië en Egypte. Deze beslissing treft de Verenigde Staten en zijn bondgenoten in West-Europa en Japan.

In diezelfde periode besluiten de OPEC-leden hun macht over de prijsstelling van de olie te gebruiken om de olieprijzen wereldwijd te verhogen, nadat onderhandelingen met de ‘Seven Sisters’ geheel mislukken. De grote afhankelijkheid van de geïndustrialiseerde landen van ruwe olie in combinatie met de dominante rol van OPEC als wereldwijde olieleverancier zorgt ervoor dat de prijsstijgingen leiden tot een enorme inflatie in deze landen. Tegelijkertijd komen de economische activiteiten hierdoor flink onder druk te staan. De getroffen landen reageren met een breed scala aan nieuwe en doorgaans duurzame initiatieven om hun afhankelijkheid te beheersen.

profiel_05 profiel_04Als een direct gevolg van de oliecrisis in 1973 wordt het Internationaal Energie Agentschap (IEA) opgericht door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Het IEA stelt dat alle geïndustrialiseerde landen de plicht hebben een noodvoorraad aan olie aan te houden. Het IEA is verantwoordelijk voor coördinatie van de voorraadverplichting van haar leden. Tevens coördineert het IEA acties in het geval van noodvoorzieningen in crisissituaties. Het IEA verplicht haar leden een minimale voorraad aan te houden die gelijk staat aan 90 dagen netto import in het voorgaande kalenderjaar.

Comments are closed.